Gemeente,
Hoe maakt de juf of meester op school iets duidelijk aan de kinderen? Dat doet hij of zij vaak door middel van alledaagse voorbeelden of een simpel verhaaltje. Bijvoorbeeld als het gaat om breuken: een vierde, een achtste, noem maar op. Dan tekent de meester misschien wel een grote taart op het bord en verdeelt die zogenaamd in punten. Bijvoorbeeld in vieren of in achten. Dan begrijpen de kinderen hopelijk wat vierde of achtste breuken zijn. Om iets te vertellen over geld en banken en bankrekeningen vertelt de juf misschien een verhaal over Jan en Lies die geld kregen voor hun verjaardag van oma, waarop papa zei dat ze daarop zuinig moesten zijn en daarom maar… Enzovoort. U begrijpt: zo’n juf en meester wil op gelijke hoogte met de kinderen komen om de boodschap over te brengen.
Velen hebben de idee dat ook de Here Jezus optreedt als een ‘schoolmeester’. Hij heeft een Boodschap. Over vergeving en eeuwig leven door Hem. Die Boodschap wil Hij overdragen op de mensen om Hem heen. Om te zorgen voor een goed begrip van wat Hij te zeggen heeft, kiest Hij voor simpele verhaaltjes waarin Hij het Evangelie verpakt. Simpele verhaaltjes vol van alledaagse situaties. Simpele verhaaltjes, ofwel: gelijkenissen. Zo zou de Here willen aansluiten bij Zijn gehoor. Als een meester bij de kinderen.
Maar klopt dat wel? Zijn die gelijkenissen wel bedoeld om iets moeilijks duidelijk te maken op een eenvoudige wijze? Lees die gelijkenis over de Zaaier en het zaad nu eens. Snap je bij het lezen nu direct dat Jezus iets wil duidelijk maken over de manier waarop het Evangelie wordt ontvangen door de mensen? Natuurlijk: ú kent deze gelijkenis, ú hebt misschien in talloze preken de betekenis van deze gelijkenis uitgelegd gekregen. Maar snapt iemand die deze gelijkenis voor het eerst hoort meteen wat Jezus duidelijk wil maken? Nee, waarschijnlijk niet. Als je een gelijkenis opvat als een poging van de Here om op bevattelijke wijze iets moeilijks duidelijk te maken, dan is het maar de vraag of Hij daarin slaagt.
De Here Jezus maakt Zelf duidelijk dat een gelijkenis niet bedoeld is als een eenvoudig verhaaltje. Voor het begrip ervan heb je iets nodig. Je hebt geloof nodig. Een gelovig hart. Een gelovig hart, dat rijke vruchten voortbrengt. Dat wordt ons duidelijk als we kijken naar vers 15 van Lucas 8. Over dat vers denken we na onder het thema:
Wat de Here van Zijn hoorders vraagt:
1: een goed en eerlijk hart 2: vruchtdragen door standvastigheid
Ten eerste: een goed en eerlijk hart. Voordat de Here begint met vertellen, lezen we dat ‘vanuit de steden mensen naar Hem toe gekomen waren en er zich een grote menigte verzameld had’. Je vraagt je af: waarom? Wat brengt deze mensen ertoe zo massaal naar de Here Jezus op weg te gaan? Het mooiste zou natuurlijk zijn dat ze komen omdat ze geen enkel woord van wat de Here Jezus te zeggen heeft willen missen. Het mooiste zou zijn dat ze met Petrus uitspreken: ‘Naar wie zouden we [anders] moeten gaan, Here? U hebt woorden van eeuwig leven!’ Bij U moeten we zijn voor het eeuwige leven! Het mooiste zou zijn als deze mensen op Jezus afkomen om Hem te eren om al Zijn daden van genezing en heling.
Maar de werkelijkheid ziet er minder mooi uit. Er zijn onder die mensenmassa vast ook Farizeeën en schriftgeleerden. Joodse religieuze leiders die het op de Here en Zijn woorden niet zo hadden begrepen, maar die integendeel als ketters verwierpen. Onder de menigte zijn ongetwijfeld ook aanhangers van Johannes de Doper te vinden. Johannes de Doper had ooit luid en duidelijk verkondigd dat hij slechts kwam om de komst van Iemand anders voor te bereiden, Iemand zo groot, dat Johannes Hem eigenlijk niet eens de schoenriemen zou mogen vast doen. Johannes had zelf de Here Jezus aangewezen als Degene Wiens komst hij voorbereidde. Maar wat lezen we in Lucas 7, dus maar één hoofdstuk terug? Dat Johannes zijn geloof in Jezus nagenoeg heeft verloren. ‘Bent U Degene Die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ zo laat Johannes vragen. Als de meester zelf is gaan twijfelen, geldt dat vast ook voor diens leerlingen. Ook voor degenen die nu onder Jezus’ gehoor zijn. En onder het toegestroomde gehoor zullen vast ook mensen uit Kafarnaüm zijn, of anders mensen die op hen lijken. U weet misschien nog wat er in Kafarnaüm gebeurde: toen de Here Zijn boodschap ging toepassen op de situatie van Zijn hoorders, toen Hij iets te concreet werd, probeerden ze Hem te vermoorden. Hoeveel mensen zullen er bovendien niet zijn gekomen op deze dag om louter toeschouwer te zijn? Ze hebben er wel zin in om van de Here weer eens een stevige donderpreek te horen. Een spectaculair genezingswonder meemaken lijkt hen ook wel wat. Maar verwacht niet dat ze door de Here werkelijk veranderd willen worden. Nee, toeschouwers willen ze zijn en blijven. Meer niet. Met andere woorden: het is zeer de vraag of de Here Jezus vandaag veel van Zijn Boodschap kwijt zal kunnen aan Zijn gehoor. In plaats van open harten zou de Here voor de Boodschap over Hemzelf wel eens harde harten kunnen treffen. Gesloten harten.
Maar de Here Jezus heeft ook andere hoorders op deze dag. Van Petrus, Jacobus en Johannes mag je aannemen dat ze er zijn. Van hen lezen we: ‘En nadat ze hun boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden Hem’. Levi ofwel Mattheus zal ook present zijn. Ook over hem horen we: ‘Levi stond op, liet alles achter en volgde Hem’. En er zijn nog wel anderen bij wie het woord dat de Here Jezus bracht zó is ingeslagen dat ze niet anders konden dan hun hele leven op zijn kop zetten. Als je het vergelijkt met de grote, eigenlijk niet-geďnteresseerde menigte zijn het er maar een paar. Maar ze zijn er wel!
Dus zo rond deze gelijkenis worden we bepaalde bij de resultaten van de evangelieverkondiging door de Here Jezus. Die zijn pover: afwijzing bij een grote groep, aanneming bij een klein clubje. Het Goede Nieuws over Jezus maakt bepaald geen triomftocht in de wereld.
Hoe kan dat toch? Hoe kan het dat de Zoon van God zo’n bescheiden entree maakt in deze wereld? Waarom niet meteen iedereen overtuigen? Om dat duidelijk te maken vertelt de Here Jezus een verhaal. Een verhaal over zaad en zaaigrond. Het Evangelie, het Goede Nieuws over Zichzelf dat Jezus brengt, is als zaad. Zaad is kwetsbaar en breekbaar. Het is zo onooglijk als wat. Het stelt niets voor. Is machteloos. De Here Jezus roept mensen niet tot Zich met het volume van een megafoon waaraan geen ontkomen is. Hij manifesteert Zich niet met zoveel licht en geluid dat je wel móet luisteren. Nee, de Here kiest voor het onooglijke en schijnbaar zo machteloze instrument van de verkondiging. Niets bijzonders. Gewone mensenwoorden waarin de Here uitlegt wie Hij is en wat Hij is komen doen. Wat kunnen die nu uitrichten? Kijk maar naar het zaad in de gelijkenis: we lezen over vier situaties waarin het gezaaid wordt. En in slechts 1 daarvan draagt het vrucht.
En toch: hoe onooglijk het zaad ook is, die onvruchtbaarheid heeft niets te maken met de kwaliteit van het zaaigoed. Het ligt hem aan de grond. Een weg is ongeschikt voor zaad om te ontkiemen. Rotsachtige grond biedt geen voedingsbodem. Grond met veel onkruid verhindert ook het opkomen van zaaigoed. Maar gelukkig is er ook nog vruchtbare grond. Zo vruchtbaar, dat de onvruchtbaarheid van die andere grond totaal buitenbeeld raakt: we lezen over honderdvoudige vrucht! Dus de vruchtbaarheid van de grond doet ertoe. En de vruchtbaarheid van de grond wijst naar de vruchtbaarheid van het hart van Jezus’ hoorders. In een onvruchtbaar hart kan het zaaigoed van het Evangelie niet opkomen!
Dat was en dat is zo. Aan de Here Jezus ligt het niet. Hij is als de zaaier. Hij zaait met brede gebaren het Evangelie uit in deze wereld. Het zaaigoed kan niet op blijkbaar! Elke zondag zijn er weer de kerkdiensten. Elke zondag is de Zaaier ook hier in Drogeham actief. Zo rijk als het zaaigoed van het Evangelie wordt uitgestrooid, zo rijk en wijd is de nodiging die daarvan uitgaat: ‘Komt allen tot Mij!’ Nogmaals: aan de kwistigheid van de Zaaier ligt het níet als het Evangelie zonder vrucht blijft. Het is de harde bodem van onze eigen hart waar we dan naar moeten kijken.
Hoe is die bodem dan zo hard of onvruchtbaar geworden? De Here Jezus heeft het over de duivel. Soms komt de duivel rechtstreeks in een mensenleven binnen om het zaaigoed van het Evangelie weg te nemen. De duivel kan ook gebruik maken van de omstandigheden in ons leven: beproeving, zorgen, rijkdom, de genoegens van het leven. De duivel kan proberen het geluid van die omstandigheden zo te versterken dat het geluid van het Evangelie wordt overstemd. Ik denk dat hij nog het meest voor die benadering kiest. Hoe dan ook: de duivel kan proberen de grond van ons hart te bederven, maar onze verantwoordelijkheid blijft. Onze verantwoordelijkheid voor hoe wij horen naar het Evangelie als dat ook in ons leven wordt gezaaid. We moeten verharding van de bodem van ons hart tegengaan. Dat betekent bijvoorbeeld dat we bedacht moeten zijn op de strategieën die satan bedenkt om ons hart te bederven. We moeten bedacht zijn op zijn bestaan, op het feit dat hij ook in ons leven kan proberen het geluid van het Evangelie te overstemmen. Druk, druk, druk is bijvoorbeeld een vandaag de dag veel gehoorde mantra. Kan de duivel misschien proberen ons zo onder de indruk te laten komen van de drukte van ons bestaan dat we menen geen tijd meer te hebben naar het Evangelie te luisteren? Zowel op zondag als door de week? Of hebben we het zo geweldig naar ons zin, gaan we zo op in ‘de genoegens van het leven’ zoals Jezus ze noemt, dat we mensen geen Verlosser nodig te hebben? Satan kan proberen ons dat in te fluisteren.
Hoe dan ook: laten we ervoor zorgen dat de bodem van ons hart vruchtbaar blijft, dat er openheid naar het Evangelie toe blijft. De verharding kan zo ver gaan dat de Here Zijn Woord van ons terugtrekt. Dat doet Hij bij die massa mensen die Hem omringt in Lucas 8. Tot hen spreekt de Here Jezus bewust alleen nog maar in gelijkenissen. Zodat ze niet zullen begrijpen. Dat lijkt hard: de boodschap van het Evangelie niet meer mogen horen. Maar dat hebben die hoorders aan hun eigen ongeloof, hun eigen onvruchtbaarheid te danken. Laten we ervoor zorgen dat we zijn als die anderen. Als die leerlingen die ‘de geheimen van Gods Koninkrijk’ wel mogen kennen. Hun harten waren er vruchtbaar voor. Daar zorgde Gód uiteraard voor. Maar in de weg van eigen verantwoordelijkheid. Laten wij daarom in ons eigen leven voor een ‘goed en eerlijk hart’ zorgen, om de woorden van vers 15 te gebruiken. Open voor het Evangelie.
Wat de Here van Zijn hoorders vraagt: een goed en eerlijk hart en, als tweede, vrucht dragen door standvastigheid. Is u ook iets opgevallen? Vandaag is het Biddag voor gewas en arbeid. Dat betekent dat we het zouden moeten hebben over ons zaaien en werken. Maar ons zaaien en werken, hoe belangrijk ook, staat vanavond niet op de eerste plaats. Op nummer 1 staat vanavond het werken en zaaien van de grote Zaaier: Zijn inspanning om met brede gebaren het Evangelie uit te zaaien in deze wereld. Als we daarom vanavond bijeen zijn voor een biduur voor gewas en arbeid, mogen we in de eerste plaats bidden of de Here Jezus Zijn eigen zaaiwerk in ons midden zo wil zegenen dat het zaaigoed van het Evangelie rijkelijk opkomt. Of Hij Zijn eigen zaaiwerk zo wil zegenen dat ons harde hart er niet langer tegenop kan. En wil.
En toch is er meer te zeggen dan dat op deze Biddag. Want we lezen in vers 15 ook over het ‘door standvastigheid vrucht dragen’. Waar hebben we het dan over? Welke vruchten komen op uit de bodem van ons hart, als het Evangelie daar in vruchtbare grond gezaaid is? Ik denk dat daar de vrucht van het geloof is. De vrucht van het geloof in de Zaaier en Zijn Vader. Nu weet ik ook dat het geloof een gave is van de HERE. Maar tegelijkertijd zullen we het in ons leven ontkiemend geloofsplantje moeten voeden en stimuleren. Er water bij gieten. En kunstmest. We zullen aan ons geloof telkens opnieuw impulsen moeten geven. De kerkdiensten op zondag, het bijeenkomen van gespreksgroepen, het zelf lezen uit de Bijbel: die en nog vele andere dingen zijn als water en kunstmest voor ons geloofsplantje waarvoor we ook zelf verantwoordelijk zijn. Laten we dan ook gebruik maken van het water en de kunstmest die we krijgen aangereikt!
Op de akker van ons hart schiet doot het Evangeliezaad ook de vrucht van bekering op. Ook voor bekering geldt: die is een gave van God. En tegelijkertijd moet ook het gewas van de bekering door ons gekoesterd worden. Bekering is namelijk veel meer dan een eenmalige beslissing om tot Jezus te komen. Bekering is ook: dagelijkse bekering. Een je telkens weer afkeren van je oude levenspatroon in de richting van een leven met de HERE God. In het verband van deze preek kan ik het nog beter anders zeggen: bekering is elke dag opnieuw het onkruid of de stenen van de akker van je hart halen. Bekering is iedere dag weer de grote tegenstander van God van de akker van je hart jagen. Heel concreet gaat het dus erom de beproeving, zorgen, rijkdom of genoegens van het leven niet de baas te laten worden. Voorkom dat ze zo luid gaan schreeuwen dat je de stem van het Evangelie niet meer hoort. De Here heeft over ‘vrucht dragen door standvastigheid’. Standvastigheid wil zeggen: volhouden. Volhouden tegenover de duivel. Vrucht blijven dragen door dagelijkse bekering, ook al zet hij je geloofsleven onder druk.
Er is nog een derde vrucht: die van de levensheiliging. Dat wil zeggen dat je in je woorden en daden niet alleen afrekent met wat je van het Evangelie afhoudt, maar ook ernaar streeft steeds meer op de Here Jezus te gaan lijken. Tot heil van je medemens. Dan hebben we het over uw en mijn woorden en daden. Natuurlijk gaan we in de tijd die voor ons ligt weer heel hard werken voor onszelf. Daar is uiteraard niets mis mee. Over al dat werken voor onszelf en onze gezinnen vragen we zelfs een zegen op deze avond. Maar mag ik vragen: is er in ons leven meer dan dat werken? Is er naast het werken voor onszelf en onze allernaasten bij ons ook sprake van daden tot eer van God en voor het welzijn van onze medemens? Is er inzet voor de zaak van de HERE en die van onze naaste? Ik denk dan bijvoorbeeld aan al het werk in de gemeente. Velen zetten zich voor de gemeente in. Vele anderen zijn nog nodig.
Zo ziet u: rijke vruchten schieten op op de akker van ons hart, als die vruchtbaar is gemaakt voor het Evangelie. Rijke vruchten die we steeds tot verdere groei en bloei mogen stimuleren. Dat stimuleren doen we ook door het Woord, van het Evangelie, in ons leven te ‘koesteren’. Dat woord ‘koesteren’ kunt u ook terugvinden in vers 25. ‘Vasthouden’ staat in de oude vertaling. Het gaat er in elk geval om dat we het Woord van God, het Evangelie, niet uit ons hart en leven laten wegsijpelen. Dat we het daar houden. Dat doen we door steeds weer de verborgen omgang met God als Zijn kinderen te zoeken. Door werk te maken van ons persoonlijk geloofsleven. Zo blijft de grond van ons hart vruchtbaar en zullen we zelf nog versteld staan over de vruchten die eruit opschieten.
Amen
|